Over Ilse Reijgwart

Ilse Reijgwart (1960)

 

In telegramstijl:

Ilse-2150klAfkomstig uit middenstandsgezin, onderpresteerder sinds de kleuterschool, braaf meisje: gevoelig en slim. Angst voor juffen en medeleerlingen. Wilde niet opvallen, dus deed goed haar best: gymnasium logische keus. Daarnaast creatief: altijd breien. Met hoge cijfers geslaagd maar voelde zich altijd ingeperkt, gevangen. Gelukkig gezonde dosis humor.

Studie Klassieke talen (cum laude, nog steeds breiend). 8 jaar wetenschapper, gestopt met promotieonderzoek (want saai).

Coördinator educatie bij Archeon: ontwerp succesvolle doe-routes voor (school)groepen, Tupperware demonstratrice, docent klassieke talen, sollicitatietrainer/coach.

Zoektocht naar eigen wezen, behoeften & gevoelens: opleiding Mens & Intuïtie: energetisch therapeut.

Geeft bijles en studieles sinds 16de, inmiddels veel onderpresteerders geholpen weer te stralen, onder wie eigen kinderen. Motto’s: ‘wees wie je bent’ en ‘doe maar gek, dan doe je gewoon genoeg’!

 

En nu uitgebreider:

Terugkijkend kan ik wel zeggen dat ik het grootste deel van mijn leven een onderpresteerder ben geweest. En wel van een soort dat niet zo gemakkelijk herkenbaar is als onderpresteerder: een braaf meisje. Gevoelig & slim, paste ik me gemakkelijk aan, aan wat ik dacht dat er van mij werd verwacht. De trefwoorden (hoog)begaafd (hb) en hoogsensitief (hsp) zijn zeker op mij van toepassing.

Ik denk in beelden, gevoelens en kleuren. Ik ben een beelddenker, een niet-talige (non-verbale) denker, iemand die denkt met de rechter hersenhelft. Creatief ben ik ook, met mijn handen en in het denken. Ik heb een bijzondere gave waar ik erg van geniet: synesthesie. Bij woorden, letters en getallen zie ik kleuren. Dat is heel gemakkelijk als ik iets uit mijn hoofd moet leren. Bijvoorbeeld een telefoonnummer onthoud ik via de kleuren van de cijfers. Dit is een gave die vijf procent van de mensheid schijnt te hebben. Voor mij een voorrecht om daar bij te horen.

Aan de andere kant kan ik prima analyseren en structureren. Van jongs af aan heb ik veel gebreid. Dat hielp me om overzicht te houden. Mediteren en hardlopen hebben hetzelfde effect. En zeilen, al doe ik dat tegenwoordig veel te weinig. Ik houd van snelle, kleine bootjes, en dan – in plané, zoals dat heet – alles eruit halen wat erin zit. Dan is het net of je vliegt, een heerlijk gevoel.

Ik breng graag veel tijd door in de natuur. In een bos geniet ik enorm van al dat groen om me heen. En als een meer zich in al zijn weidsheid aan mij vertoont, gaat mijn hart letterlijk open. Dat voel ik in mijn lijf!

 

Ik ben van vele markten thuis. Letterlijk en figuurlijk. Opgegroeid aan de Markt in Steenwijk, werkte ik al jong mee in de drogisterij van mijn ouders. In diezelfde tijd had ik mijn eerste bijlesleerling: als vijfdeklasser werkte ik op verzoek van de leraar een ‘tweedeklassertje’ bij in Grieks.

© Mirjam Offeringa | www.meography.nlIk ben gezegend met een flinke dosis humor, al zeg ik het zelf. Dat is fijn, want mijn leven als onderpresteerder is niet altijd even leuk geweest. Vooral mijn schooltijd. Ik vond school vanaf het begin nooit leuk. Je werd er zo ingeperkt, veel was verboden en andere dingen moesten zó en niet anders. Ik wilde zelf nadenken over hoe ik de dingen deed. En ik wilde lang niet altijd de taken doen die ik kreeg voorgeschoteld. Maar ik deed keurig wat ik moest doen. Puur op plichtsbesef, en uit angst om op mijn kop te krijgen.

Ik denk dat ik mijn leergierigheid ben kwijtgeraakt in de kleuterklas. In die tijd ben ik bang geworden voor alle onderwijskrachten en eerlijk gezegd ook wel voor een aantal van mijn medeleerlingen. Ik deed dus alles om niet op te vallen. In mijn geval was dat: braaf doen wat er gezegd werd. Alles zo perfect mogelijk uitvoeren. En als het moeilijk werd: doorzetten, een tandje erbij.

Waardoor ik wél opviel, was dat ik in de klas veel praatte. Al was het verboden, ik kon het niet laten. Dan had ik tenminste nog iets leuks te doen in de klas. Verder stelde ik veel vragen. Dat vond lang niet iedereen leuk, leerlingen en leraren. Maar dat moet wel als je elke taak perfect wilt uitvoeren. Dan moet je helder hebben wat er van je wordt verwacht. Ik kan iets alleen maar leren als ik het echt snap.

 

De basisschool ging nog wel. Het was niet zo moeilijk en naast school had ik tijd genoeg voor andere dingen. Op dat ene jaar na, waarin wij een juf hadden waar de hele school voor sidderde. Dat jaar moest ik elke dag voor schooltijd overgeven. Mijn ouders en de juffrouw wisten dit natuurlijk, maar er werd niets aan gedaan. Zo was dat toen.

Op het voortgezet onderwijs werd het echt vervelend. Omdat ik goed kon leren, mocht ik naar het gymnasium. Maar daar was het niet leuk. Een klas die als los zand aan elkaar hing en leraren met wie ik het niet altijd even goed kon vinden. En de stof… nou ja.

Wiskunde was het enige vak dat ik echt met plezier deed, vooral algebra. Puzzelen! Helaas mocht ik het niet kiezen als examenvak. Het paste niet in mijn vakkenpakket, vond men. Want ik had verder allemaal talen. Dat was omdat de psychologe die mij getest had, zei dat ik een talenknobbel had. Het paste ook niet in het rooster. Niemand heeft er ooit aan gedacht om protest aan te tekenen. Of om af te wijken van het advies van de psychologe. Over braaf gesproken!

 

Ik heb het gevoel dat ik die tijd onder een grijze deken heb geleefd. Dat ik een tijdje ben gepest, hielp ook niet erg mee. Al is dit goed opgelost door de mentor, de schade was aangericht, mijn zelfvertrouwen weg. Veel vrienden had ik niet. Ik compenseerde dat door hoge cijfers te halen.

Ilse-2217klIk haalde mijn eindexamen met de hoogste cijfers van de school, maar zonder veel vreugde. Veel leuker dan school, vond ik handwerken en dan vooral breien. Dat deed ik ook tijdens het huiswerk maken. Breien geeft rust zodat je je beter kunt concentreren. Bovendien sta je niet zomaar op als je een breiwerk in je handen hebt. Zeker niet als het een is met meerdere draden. Het breiwerk hielp mij om mijn huiswerk achter elkaar af te maken. In mijn eindexamenjaar breide ik 6 truien en een lappendeken.

Na mijn schooltijd werd het leven beter: als student kreeg ik  meer vrijheid. Nog steeds breiend, volgde ik de studie Latijn en Grieks. Dat zijn talen die het meeste lijken op wiskunde. De studie was niet echt heel uitdagend. Waarmee ik niet wil zeggen dat het gemakkelijk was. Het was alleen steeds meer van hetzelfde.

Teksten uit de oudheid vertalen, die langzamerhand qua taal steeds lastiger werden. En daarbij weetjes uit je hoofd leren over de taal, de cultuur en de auteurs. ‘Maar ja: je begint ergens aan en dus maak je het af, ook al is het op je tandvlees. En wat je doet, dat doe je goed.’ Zo behaalde ik mijn diploma cum laude. Ik mocht me doctorandus noemen.

 

Direct na mijn studie werkte ik 8 jaar in de wetenschap, een tijdlang ook in München (Duitsland). Ik deed mijn werk naar tevredenheid en werkte aan mijn proefschrift over Latijnse literatuur. Die wetenschappelijke wereld: ik kan er verhalen over vertellen! Misschien komt dat er nog wel eens van in de komende jaren… Heb je toevallig de serie ‘Het Bureau’ gelezen, van J.J. Voskuil? Dan weet je ongeveer hoe het daar was!

Het proefschrift heb ik niet afgemaakt. Alweer: te saai. Ik begreep inmiddels dat wetenschappelijk werk mij allerminst gelukkig maakte. Ik was dan wel kampioen aanpassen en doorzetten – maar wie was ik wanneer ik daarmee op zou houden? Ik begon te stoeien met vragen als: wie ben ik nou echt, waar ligt mijn kracht en waar heb ik behoefte aan in het leven?

Op deze vragen had ik eigenlijk geen antwoord. Het leek wel of ik bang was geworden voor mijn eigen kracht. Überhaupt was mijn gevoeligheid een soort onontgonnen gebied. Want gevoelens en emoties: die toonde je niet. Je kon maar beter doen alsof je die niet had. Zo was ik opgevoed. Dit maakte mij vaak ronduit depressief.

Eigenlijk was ik nog steeds een braaf meisje, dat zo goed mogelijk deed wat haar was opgedragen. Nog steeds was de échte Ilse niet tot bloei gekomen. Maar ik begon tot inzichten te komen.

 

Na deze periode als wetenschapper ben ik ongeveer alles geweest dat je kunt worden met mijn opleiding en achtergrond. Coördinator Educatie bij Archeologisch Themapark Archeon, Tupperwaredemonstratrice, sollicitatietrainer, en natuurlijk lerares.

Ik maakte in deze tijd een grote persoonlijke ontwikkeling door. Stapje voor stapje leerde ik mijn angst en het depressieve gevoel loslaten. Er kwam een groot verdriet en een enorme woede los. Onder al die lagen bleek mijn kracht verborgen te zitten.

Ik zocht mijn heil in het reguliere circuit en in de complementaire zorg. Ik ervoer dat alles wat ik had gedaan en meegemaakt, niet voor niets is geweest. Op mijn unieke weg heb ik ervaringen opgedaan die mij bij uitstek in staat stellen om anderen te helpen. Deze persoonlijke groei duurt tot op de dag van vandaag.

 

Rond het jaar 2000 maakte ik opnieuw kennis met mijn spiritualiteit. Ik ontdekte mijn vermogen om andere mensen te helen via energetisch werk. Ik leerde Reiki, deed de vierjarige opleiding Intuïtieve Ontwikkeling, Healing, Reading en Lightworker bij Mens & Intuïtie (inclusief HBO medische basiskennis) en volgde diverse workshops. Daarnaast liet ik mij  opleiden tot Instructor in Quantum-Touch®.

 

Intussen heb ik al mijn ervaring geïntegreerd in een eigen methode voor energetische therapie. Ik werk onafhankelijk van ieder aangeleerd systeem. Cliënten zijn vaak verbaasd over hoe krachtig mijn behandelingen, maar ook mijn meditaties blijken te werken.

Soort zoekt soort heeft in mijn leven een speciale betekenis. Het lijkt wel of ik ‘soortgenoten’ verzamel. Slimme (hoog)begaafde mensen komen alom op mijn pad. En dan vooral de onderpresteerders onder hen. Er is altijd een bijzondere ‘klik’. Zeker met kids en jongeren. Veel onderpresteerders heb ik op diverse manieren weer terug mogen zetten op hun spoor. Door ze bij te spijkeren in studievaardigheden, of via sessies energetische therapie. En soms met allebei.

 

Daarnaast heb ik twee slimme, gevoelige onderpresteerders mogen opvoeden. Mijn dochter heeft een milde vorm van dyslexie, mijn zoon een enorme kloof tussen verbale en performale intelligentie. Ook hun jeugd ging niet altijd over rozen en de begeleiding heeft af en toe bloed zweet en tranen gekost. In plaats van zielige onderpresteerders zijn zij nu jongvolwassenen die weten wat ze waard zijn en wat ze willen. Ik ben heel trots op hen en voel me vereerd dat ik hun moeder mag zijn.

 

Over hun weg als onderpresteerders vertel ik meer in de gratis minicursus Grip op onderpresteren, waarvoor je je kunt aanmelden via de link op de homepage.

MENU