Pesten en wegkijken – of juist niet

Pesten en wegkijkenPesten en wegkijken: wist je dat veel onderwijskrachten nog steeds wegkijken bij pesten? Onderwijskrachten gaan het probleem van pesten in hun klas niet aan. Dus hebben nog veel leerlingen te maken met de gevolgen van pesten en wegkijken. Die gevolgen zijn niet mis, weet ik uit eigen ervaring, en uit die van mijn kinderen. Of het pesten nu twee weken duurde – zoals in mijn geval – of jarenlang, zoals bij mijn kinderen: het is een psychisch leed, waar je niet zomaar overheen bent.

In 2016 promoveert Beau Oldenburg aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek over pesten. Zij toont aan dat leraren nog vaak wegkijken bij pesten:

  • Leraren vinden het lastig om het pesten te herkennen.
  • Leraren maken het probleem in hun hoofd kleiner.
  • Leraren zijn onvoldoende toegerust om pesten aan te pakken.
  • de training die bestaat, wordt niet goed in de praktijk gebracht.

Kortom:

Beau Oldenburg concludeert: onderwijskrachten “gaan er ten onrechte vanuit dat het slachtoffer het tegen ze zegt, maar in de praktijk gebeurt dit vaak niet. Hierdoor wordt niet op tijd ingegrepen. Ook gebruiken ze geen effectieve methodes om het op te sporen.” (bron: website van rtl nieuws, waar de onderzoekster wordt geciteerd).

Pestprotocollen werken niet

Mieke van Stigt schreef een column die aansluit op het thema ‘pesten en wegkijken’ – of liever ‘pesten en niet wegkijken’. Zij stelt het gebruik van pestprotocollen ter discussie. Haar column heet dan ook: “Waarom anti-pestprotocollen niet werken“.

Zij observeert:

  • Leerlingen zijn verplicht naar school te gaan, ze kunnen niet weg. (We hebben in dit land immers leer- en schoolplicht IR).
  • In het onderwijs zitten leerlingen zonder de hulp van ouders, familiebanden, kennis van het groepssamenleven.
  • Dit maakt hen gevoelig voor pesten.

En concludeert: “Scholen zijn dus ten diepste verantwoordelijk voor het welzijn van hun leerlingen, en helaas dus ook voor de schade die pesten aanricht.”

Het groepsproces aanpakken

Mieke van Stigt pleit ervoor om :

  • dieper te kijken dan naar incidenten tussen pesters en slachtoffers.
  • pesten niet alleen te lijf te gaan door protocollen consequenter toe te passen, maar:
  • “Pesten moet veel meer gezien worden als een symptoom van onveiligheid, de pester noch het slachtoffer zijn geïsoleerde gevallen, maar maken deel uit van een onveilig groepsproces. Dáar zou de belangrijkste focus op moeten komen te liggen.”

Dit maakt mij blij

Ik ben het eens met Mieke van Stigt. Niet meer wegkijken, niet meer alleen kijken naar individuele kinderen, maar naar het groepsproces. Pesten heeft immers alles te maken met groepsdruk, erbij willen horen. Daarom was ik zo blij met een blog dat me onder ogen kwam van Jacqueline Rebers, schooldirecteur in Hellevoetsluis: Pestkoppen en pispaaltjes.

De praktijk

Het groepsproces in werking zetten: Jacqueline Rebers vertelt dat ze dat altijd doet. Als er in haar school gepest wordt, haalt ze niet het protocol uit de kast maar ze gaat de klas in. Ze vertelt het verhaal van hoe zij gepest werd als 11-jarige en en zorgt dat de kinderen kunnen voelen wat zij toen voelde. Ze betrekt vervolgens ook de leerkracht en de ouders bij het oplossen van pestgedrag.

Het werkt! Een moeder reageerde op de FB-pagina van Wijkunnenmeer: “Dit is een hele goede school en dat ze flink aanpakken bij pestgedrag weet ik ook van insiders. Heb al eens vernomen dat er om een pestgeval een ouderavond voor de hele klas georganiseerd werd, ouders kunnen namelijk zoveel meer betekenen als het gaat om pesten afleren, en de oorzaak van dit gedrag achterhalen en aanpakken.”

Waarom schrijf ik over pesten?

Waarom maak ik me nu zo druk over pesten? Omdat pesten doodongelukkig maakt, net als onderpresteren. En omdat gepest worden en onderpresteren vaak bij elkaar horen, elkaar versterken. Een ongelukkig kind kan niet leren.

Neem dat jongetje dat op zijn eerste schooldag onder zijn stoel kroop. Het was hem even teveel. Alles was nieuw, en de indrukken te heftig. Een klasgenootje kneep in zijn been en siste: baby! Vanaf dat moment was hij zo bang, dat hem op school niets meer uit handen kwam. Hij werd stelselmatig gepest en ging onderpresteren. Als je je niet veilig voelt, kun je niet leren. Het pesten ging van kwaad tot erger. En het onderpresteren ook…. Totdat, na een flinke lijdensweg, alles uiteindelijk goed kwam: eerst een eind aan het pesten en toen aan het onderpresteren.

Het ‘jongetje’ is nu 20 en studeert aan de universiteit. Hij is mijn zoon en ik ben heel trots op hem. Meer over hem in mijn gratis Minicursus Grip op onderpresteren (aan te vragen bovenaan deze pagina): onder andere hoe hij met een HAVO-CITO, toch een gymnasiumdiploma haalde. En hoe contact met peers, hem er psychisch bovenop bracht. Eenmaal goed in zijn vel, kwam het met leren ook wel goed. Tenminste: nadat hij geleerd had HOE te leren.

Dit brengt me op het volgende:

Stel je eens voor dat in de bovenstaande tekst overal, in plaats van pesten (of pesten en wegkijken), onderpresteren (en wegkijken) zou staan… Daarover gaat mijn volgende blog.

 

Plaats een reactie

MENU