Wat is onderpresteren?

Zie jij je kind worstelen op school? Met de stof en met zichzelf? Gaan zijn of haar schoolresultaten steeds verder achteruit? En ligt je kind misschien niet zo goed in de groep? Dan maak je je zorgen. En terecht. Natuurlijk wil je graag dat je kind gelukkig is en lekker meedraait met de anderen!

Heb je er al aan gedacht dat onderpresteren de wortel kan zijn van het probleem? Dat je kind zich niet vrij voelt om te laten zien wat hij of zij allemaal kan, en IS? Dat je kind als het ware op allerlei gebied altijd op de handrem staat; zich inhoudt, omdat het niet veilig voelt om zich helemaal te laten zien, om zijn slimheid, gevoeligheid, behoeften en interesses te tonen?

Onderpresteren op deze manier maakt heel ongelukkig. Je raakt op den duur totaal het contact met jezelf kwijt. Behoeften, gevoelens, interesses en talenten worden opzij gezet ten gunste van wat er volgens de onderpresteerder van hem of haar wordt verwacht. De frustratie hierover kan zich uiten als (extreme) boosheid, verdriet, of teruggetrokken gedrag, maar ook door lichamelijke klachten zoals buikpijn.

 

Wat is nu precies onderpresteren?

Met onderpresteren bedoel ik, heel simpel: minder presteren dan iemand op grond van zijn of haar aanleg zou kunnen. Dus minder presteren dan op grond van de capaciteiten te verwachten zou zijn.

Onderpresteren is een gewoonte die je je als kind vroeg aanleert. Een onbewust beschermingsmechanisme dat zich helaas tegen je keert. Want in plaats dat het helpt maakt het je al snel doodongelukkig. Omdat het een gewoonte is, kom je er niet zo gemakkelijk vanaf. Zie het maar als een soort verslaving, net zo slecht en hardnekkig als roken.

Gelukkig kun je er wel af komen. Dat is bijvoorbeeld bij mijn kinderen gelukt. Doordat ik – mede naar aanleiding van mijn eigen ervaring als onderpresteerder – vrij snel doorhad wat er met ze aan de hand was, heb ik ze adequaat kunnen helpen. Van onderpresteren naar een gelukkig leven! Nu zijn het jongvolwassenen die goed in hun vel zitten, weten wat ze waard zijn en wat ze willen.

Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen relatief en absoluut onderpresteren. Relatief onderpresteren is presteren onder je eigen niveau. Van absoluut onderpresteren is sprake als een leerling onder het gemiddelde niveau van de klas zakt.

Absoluut onderpresteren is voor mij geen aparte categorie. Het gaat mij om ALLE kinderen (en volwassenen), die minder presteren dan op basis van hun potentieel te verwachten zou zijn. Want de psychische schade ontstaat vanaf het moment dat een kind ook maar begint met onderpresteren. En het is belangrijk er zo snel mogelijk bij te zijn, om blijvende schade te voorkómen.

Trouwens: de redenen waarom iemand onderpresteert, zijn bij relatief en absoluut onderpresteren dezelfde. De psychische effecten ook. Omdat onderpresteren een gewoonte wordt, is het een vicieuze cirkel die iemand op den duur dood- en doodongelukkig kan maken. En dat wil je als ouders niet zien gebeuren bij je kind. Toch?

 

Redenen van onderpresteren

Onderpresteren ontstaat vanuit het gevoel niet goed genoeg te zijn zoals je bent. Velen beginnen met onderpresteren in de eerste maanden van de kleuterklas. Uit onderzoek is gebleken, dat de meeste onderpresteerders na twee maanden ‘onvindbaar’ zijn: ondergedoken in de groep.

Onderpresteerders menen, terecht of ten onrechte, dat het niet veilig is om zich te laten zien als wie ze echt zijn. Niet aan de klas of niet aan de onderwijsgevende(n), of aan allebei. Het kind wil niet opvallen, niet ‘anders zijn’. Want dat maakt ze onzeker, verlegen, soms zelfs ronduit bang.

Het kind tast af wat er ongeveer van hem/haar verwacht wordt, en is erop gericht precies die prestatie te leveren. Qua werkniveau past het zich aan wat het denkt dat de norm is in de groep. Het laat niet meer zien wat het kan en wat het leuk vindt. Het zet de eigen leerbehoeften opzij voor het groepsgemiddelde. En niet alleen de leerbehoeften: een onderpresteerder verliest langzamerhand het contact met het grootste deel van zijn of haar basisbehoeften.

Tegelijkertijd gaan de eigen gevoelens overboord. Onderpresteren is alleen maar mogelijk als je stelselmatig je gevoelens ontkent. In de eerste plaats de gevoelens over hoe het is als je niet aan je trekken komt omdat je je interesses en talenten ontkent. Langzamerhand wordt het een gewoonte om geen aandacht meer te geven aan de eigen gevoelens, behoeften, interesses en talenten.

 

En dit alles gebeurt dan ook nog eens onbewust. Onderpresteren is een psychisch beschermingsmechanisme dat automatisch in werking gaat, zonder dat het kind er zo bewust voor kiest.

 

Dus:

Als onderpresteerder kom je totaal niet aan bod als jezelf. Onderpresteerders laten zonder dat ze het zelf in de gaten hebben, hun gevoelens, behoeften, interesses en talenten ondersneeuwen. Een onderpresteerder doet dit onder echte of vermeende druk van buitenaf: van de groep en/of en de onderwijsgevende. Het kind voelt zich de hele dag onder druk staan. Daardoor ziet het zich genoodzaakt zich anders voor te doen dan hij of zij is. Het speelt dus van jongs af aan, de hele dag een rol. En onderpresteerders spelen die goed! Daarom is het zo lastig te zien of je met een onderpresteerder te maken hebt.

 

Onderpresteren, is dat zo erg?

Om maar met de deur in huis te vallen: onderpresteren is funest. Doordat je als onderpresteerder de hele dag een rol speelt, ben je altijd psychisch uit balans. Dat maakt onderpresteerders een gemakkelijke prooi voor pesters.

Maar er is meer. Op zich is er niets mis mee als een kind binnen zijn of haar eigen grenzen blijft. Overdreven prestatiedrang of perfectionisme zijn niet goed voor een kind. Dat staat buiten kijf. Maar bij onderpresteren maakt een kind zich kleiner dan het is, vaak zelfs veel kleiner. En dat is een groot gevaar, veel schadelijker dan vaak wordt gedacht: een aanslag op het zelfvertrouwen, net zo slecht als moeten presteren onder druk van buitenaf.

Het gevolg is namelijk dat een kind de weg kwijtraakt, in zichzelf en in de leerstof. Vaak gebeurt het dat de interesse in schoolse zaken steeds verder afneemt, waardoor er gaten vallen in de kennis. Daardoor zakt het kind in niveau steeds verder af.

In het voortgezet onderwijs zijn het juist de onderpresteerders die blijven zitten of een niveau lager worden geplaatst, soms wel een aantal keren achter elkaar. Dat terwijl onderpresteerders over het algemeen een bloedhekel hebben aan school. En als ze uiteindelijk van school komen, is de kans niet denkbeeldig dat de school een onzeker iemand aflevert met een opleiding op een (veel) te laag niveau.

Onderpresteren gaat dus vaak van kwaad tot erger. Tenzij er ingegrepen wordt. En dan nog. Onderpresteren is niet zo maar even op te lossen. Zolang het kind zich niet bewust is van zijn of haar automatisme tot onderpresteren, niet inziet dat die gewoonte schadelijk is, en zolang het nog geen alternatief heeft aangeleerd, gaat het ermee door. En zelfs daarna blijft de gewoonte hardnekkig. Ik spreek uit ervaring: ik ben zelf nog steeds bezig om de resten van mijn automatisme tot onderpresteren af te schudden. En dat terwijl ik de vijftig ruim gepasseerd ben, naar men zegt de leeftijd der Wijzen…J

Maar HET KAN WEL. Zie het voorbeeld van mijn kinderen. Hun verhaal kun je lezen in de gratis minicursus Grip op onderpresteren in zeven stappen, waarvoor je je op deze site kunt aanmelden.

 

Psychische en emotionele aspecten van onderpresteren

Nog maar een keer: onderpresteren is een onbewuste gewoonte die het kind zich al jong aanleert. Een psychisch beschermingsmechanisme, dat het kind niet zomaar op zal geven. Maar het WERKT NIET.

Integendeel: het ondermijnt het zelfvertrouwen en kan leiden tot psychische schade tot ver in de volwassenheid: depressies, oncontroleerbare woede en in het algemeen een gevoel van mislukking.

Onderpresteerders laten van jongs af aan toe, dat ze niet aan hun trekken komen in hun gevoelens, behoeften, talenten en interesses. Dit eist zijn emotionele tol: op school zijn zij stil en passief, of juist agressief. Of afwisselend een van beide. Ook thuis zijn ze meestal niet blij: verdrietig, ‘lastig’ of in zichzelf gekeerd. Al laten ze over het algemeen daar wel meer zien wat hun interesses en behoeften zijn.

Jonge onderpresteerders zijn, zo is mijn ervaring, zonder uitzondering (hoog)gevoelige types (hsp-ers). Hun voelhoorns vertellen hun dat het niet veilig is om zich te laten zien. Die voelhoorns gebruiken ze vervolgens om snel en feilloos uit te vinden wat er van hen verwacht wordt. Daarnaast hebben ze een groot aanpassingsvermogen.

Onderpresteerders zijn ook meestal slim: meer- of hoogbegaafd. Zij zijn daarnaast creatief en denken niet in woorden (dus non-verbaal) maar in beelden (beelddenken) en/of gebruiken hun gevoel, hun reuk- en tastzin bij het denken (kinesthetisch denken). Hun slimheid en creativiteit laten zij op school niet (meer) zien.

Onderpresteerders zullen niet snel toegeven dat ze gevoelig zijn of slim. Hun slimheid proberen ze immers te verbergen, en daardoor raken zij op den duur zelf het zicht daarop kwijt. Doordat ze altijd psychisch uit balans zijn, krijgen al jong de (onterechte) overtuiging dat ‘gevoelig’ hetzelfde is als ‘zwak’. Ze willen zich niet zwak tonen. Zich groothouden, dat is juist wat ze de hele dag aan het doen zijn, op alle terreinen.

Alle onderpresteerders die ik ken, hebben verder moeite met plannen, organiseren, structureren –  en in het algemeen met het uitvoeren van taken. Niet wát ze moeten doen is een probleem; als ze zich in zouden zetten, zijn ze slim genoeg voor de lastigste leertaken. Maar het hoe, de aanpak: dat is een ander verhaal. En daar hebben ze hulp bij nodig.

 

Onderpresteren op school

Uit cijfers van de Onderwijsraad (2008) blijkt dat slechts 64% van de hoogbegaafde leerlingen een VWO advies krijgt en dat 30 tot 60% van hen in de basisschool aan het onderpresteren is. En van die 64% die op het VWO terecht komt bereikt minder dan de helft uiteindelijk de universiteit. Die cijfers liegen er niet om, nog steeds gaat het meeste talent verloren in Nederland. En dat is jammer van het talent, maar vooral jammer van de psychische schade. Het merendeel van de slimme mensen in Nederland is, als onderpresteerder, niet gelukkig.

Dat die cijfers zo hoog zijn, komt naar mijn mening vooral doordat onderpresteren op school per definitie niet goed zichtbaar is. Het kind is er immers op uit om in de groep zo weinig mogelijk op te vallen, ook bij de leerkracht of docent. De rol die hij of zij speelt, die speelt het kind perfect. Al vallen onderpresteerders, als je goed kijkt, af en toe door de mand.

Als een kind eenmaal is begonnen met onderpresteren, ontstaat een vicieuze cirkel omdat er gaten vallen in de kennis en vaardigheden van het kind. Schoolse zaken interesseren hem of haar niet veel meer, waardoor hij of zij niet meer geneigd is, zich ervoor in te spannen. Hierdoor leert het kind geen studievaardigheden aan. Daarnaast zie je vaak dat onderpresteerders niet of nauwelijks automatiseren. Bijvoorbeeld de tafels zitten er niet goed in. Op het voortgezet onderwijs wordt ‘simpel stampwerk’ als woordjes leren al gauw een groot probleem.

Mede hierdoor wordt onderpresteren een self fulfilling prophecy: het kind start met doen alsof het ‘niets’ kan. Als later die gaten in de kennis en vaardigheden zijn gevallen, presteert het ook steeds minder. En als het kind minder presteert, is de school vaak geneigd het kind een niveau omlaag te zetten. Dat geldt zeker in het voortgezet onderwijs als je het gemiddelde niveau van de klas niet haalt. Zo krijgt het kind bevestiging van zijn of haar overtuiging in de realiteit. Veel onderpresteerders denken dat zij ‘dom’ zijn. Wat meestal niet het geval is, integendeel!

Doordat onderpresteerders vaak slim zijn, hebben zij meestal zonder erg hun best te doen, een tijdlang prima resultaten gehaald. In ieder geval goed genoeg om in het basisonderwijs niet uit de boot te vallen (dit is generaliserend, er zijn immers ook onderpresteerders die zelfs al op de basisschool onder het klassengemiddelde terecht komen). Écht goede resultaten hebben hun echter nooit geïnteresseerd.

Dit gaat vaak goed tot in de eerste klassen het voortgezet onderwijs. Daar weten zij vervolgens niet hoe ze hun schoolwerk moeten aanpakken. Dus met name het aanleren van betere studievaardigheden, geeft heel snel resultaat. Hierdoor merkt  de onderpresteerder dat hij of zij toch echt wel iets kan. Dat versterkt direct het zelfbeeld.

 

Signalen van onderpresteren

De volgende signalen kun je zien als alarmbellen voor mogelijk onderpresteren, vooral als ze in samenhang voorkomen:

  • Verschil tussen gedrag thuis en op school
  • Hekel aan school
  • Laag zelfbeeld
  • Verdrietig, boos en/of de clown uithangen
  • Laag werktempo, gauw afgeleid
  • Faalangst, overdreven perfectionisme of juist ‘snel en slordig’
  • Gedrag dat niet past bij de leeftijd: afwisselend ‘jong’ of juist heel ‘wijs’
  • In het algemeen gesproken gevoelig: emotioneel en lichamelijk (buikpijn, allergieën).

In de gratis minicursus ‘Grip op onderpresteren in zeven stappen’ is een uitgebreidere test opgenomen om te bepalen of je kind onderpresteert. Deze cursus kun je downloaden via een link op de homepage.

Als ouder kun je de signalen van onderpresteren vaak gemakkelijker herkennen dan een leerkracht, omdat het kind zich thuis meer blootgeeft dan op school. Een belangrijk signaal voor ouders is de constatering dat er een verschil is tussen het gedrag van het kind thuis en op school.

Zeker in het begin is er vaak een groot verschil. Dat door de ouders veel beter te zien dan door de leerkracht. Die ziet het kind immers alleen maar in de groep, waar het kind zijn best doet niet op te vallen. Dit zet de leerkracht per definitie op achterstand als het gaat om herkennen van onderpresteren.

Ouders kunnen constateren dat het lijkt of er van hun kind twee versies zijn: de thuis- en de schoolversie. Ikzelf ben me een hoedje geschrokken toen mijn dochter mij bij op een dag binnen een half uur beide versies van zichzelf liet zien toen ik met haar voor het eerst naar de schoolarts ging. De juf maakte me nog meer aan het schrikken toen ze me toevertrouwde dat zij mijn kind nog wel heel ‘jong’ vond, en lastig in de klas. Ik kende haar zo helemaal niet. Thuis was zij juist bijzonder wijs voor haar leeftijd, al was zij wel af en toe verlegen als er andere mensen in de buurt waren.

 

En hoe los je het op?

Wat kun je doen aan onderpresteren? Al is het geen quick fix, met veel aandacht, de juiste pedagogische en inhoudelijke aanpak, en eventueel gespecialiseerde hulp, kun je echt een heleboel bereiken. Ik spreek uit eigen ervaring.

Emotioneel gezien hebben alle (bijna-) onderpresteerders het nodig dat in de eerste plaats hun zelfbeeld verandert, in positieve zin. Zij dienen zichzelf te leren accepteren zoals ze zijn. En zich als zodanig ook te laten zien, zowel in prestaties als in de omgang met anderen.

De meeste, of misschien wel alle, onderpresteerders denken dat ze ‘niets kunnen’ en dat ze ‘niets waard zijn’. Zij hebben het broodnodig om meer zicht te krijgen op hun mogelijkheden en talenten.

Ik bepleit in de eerste plaats een aanpak die de onderpresteerder meer zicht geeft op zijn of haar mogelijkheden en talenten. Dat betekent dat een onderpresteerder uitdaging nodig heeft. Bij onderpresteren is mijn devies: lukt het niet, maak het moeilijker in plaats van gemakkelijker. Dat is soms wel lastig, omdat scholen vaak geneigd zijn het juist gemakkelijker te maken als een kind niet op niveau presteert.

Naast intellectuele uitdaging hebben onderpresteerders het vaak nodig om te leren leren. Door hun desinteresse en doordat de stof hen vaak lange tijd ‘komt aanwaaien’, leren ze over het algemeen niet studeren. Om maar te zwijgen van automatiseren. Vaak zitten bijvoorbeeld de tafels er niet in.

En leerlingen uit het voortgezet onderwijs hebben bij de talen moeite met rijtjes automatiseren en woorden leren. Daarnaast is er vaak hulp nodig bij het organiseren en plannen van het werk. Wijkunnenmeer biedt hiervoor verschillende mogelijkheden: het Online stappenplan Snel & slim woorden leren en Kickstart snel en slim studeren (individuele les).

Minstens net zo belangrijk als professionele begeleiding is een goede pedagogische aanpak, thuis, op school en overal. Onderpresteerders reageren slecht op autoritair optreden. Het is belangrijk hen serieus te nemen, hen in ieder geval het gevoel te geven dat je ze in hun waarde laat en zoveel mogelijk  als ‘gelijke’ behandelt.

 

Mijn advies is om als het ware door hun ogen naar de wereld te kijken, en ook expliciet aan te geven dat je dat doet. Dus in plaats van een kort door de bocht ge- of verbod, helpt het veel als je uitlegt waarom je iets van hem of haar wilt. Daarnaast is het goed om een aanwijzing een beetje in te kleden. Bijvoorbeeld: dat wist jij nog niet, maar we hebben hier de regel dat wij…. (vul zelf maar in: altijd onze schoenen uitdoen op de voordeurmat, aan tafel blijven zitten totdat iedereen klaar is – of wat dan ook).

 

Desgewenst biedt Wijkunnenmeer ouders opvoeders en scholen begeleiding bij de omgang met onderpresteerders. Deze dingen komen ook aan de orde in de workshop Grip op onderpresteren en andere trainingen voor scholen en oudervereningingen.

 

Natuurlijk kan het raadzaam zijn om ook op sociaal-emotioneel terrein extra ondersteuning te geven. Je kunt daarvoor een professional inhuren: regulier of niet-regulier. Altijd verweef ik ‘positief denken’ in mijn lessen. Zodat er niet direct teveel nadruk op komt dat we aan het zelfbeeld werken. Maar soms is er net een beetje meer nodig.

Wijkunnenmeer biedt eventueel de mogelijkheid van energetische therapie. Echter, eerlijk is eerlijk, dit is vaak geschikter voor volwassenen: zeker pubers staan vaak niet open voor energetische therapie. De puberteit is nu eenmaal niet een fase waarin alle pubers openstaan voor holistisch denken. Ingeval ik niet kan helpen met energetische therapie, verwijs ik graag door met  naar een deskundige therapeut die andere methoden inzet. Ik heb een uitgebreid netwerk waar ik uit kan putten.

Zie ook het blog op deze site: Onderpresteren op school – je niet gezien voelen

MENU