Een mens heeft twee hersenhelften en ze werken (als er geen hersenschade is) bij iedereen allebei. En bij iedereen is er eentje de baas. Dat heet: dominant.

Als je linkerhersenhelft dominant is, dan leer je bij voorkeur van ‘klein’ naar ‘groot’: je begint met een detail en bouwt zo langzamerhand je kennis op. Dat heet: bottom-up-leren. Voorbeeld: op de basisschool leer je eerst rekenen tot de 10 (de ‘verliefde harten’), dan mag je over de tien heen enz., en uiteindelijk kun je dan in groep 8 rekenen.

Maar creatief begaafden ‘willen direct het hele plaatje zien’. In plaats van de details, zijn zij geïnteresseerd in ‘het geheel’. Zij koppelen graag info aan elkaar en leggen zelf verbanden. Daar houdt school over het algemeen geen rekening mee.

School gaat er meestal vanuit dat alle leerlingen vanuit die linkerhersenhelft denken. Die begint het liefst vanuit kleine brokjes informatie, waar steeds een beetje bij komt. Zo biedt school de stof ook aan. Aan het einde van je schoolcarrière kun je en snap je dan (bijvoorbeeld) wiskunde.

Bij rechterhersenhelftdenkers past deze manier van leren niet zo goed: zij willen die losse informatie een plekje in hun hoofd geven. Die hebben dus eerst behoefte aan een raamwerk (overzicht: waar is dit voor, wat hebben deze dingen met elkaar te maken), anders krijgen ze chaos in hun hoofd.

Voor meer info: zie deze video: Creatief begaafden en school.