Je leest de tekst op verschillende manieren, de eerste keer vluchtig voor overzicht, zodat je alle hoofdzaken kent (als een adelaar). De tweede keer lees je rustig voor de details, zodat je ook die helder hebt (wandelaar). Lees nooit als een cheeta (lezen om zo snel mogelijk de laatste punt te bereiken), dan onthoud je helemaal niets van wat je gelezen hebt.