Je maakt bij de meeste vakken opgaven om te testen of je de geleerde kennis ook kunt toepassen. Oftewel: je maakt opgaven om te testen of je daadwerkelijk begrijpt wat je geleerd hebt. Zeker bij wiskunde is toepassen vaak een struikelblok, dus benut de oefeningen! Dit geldt trouwens ook voor natuur- en scheikunde.

De meeste wiskundeboeken laten je veel meer sommen maken dan alleen maar wat je nodig hebt om te kijken of je de stof snapt en kunt toepassen. Dit is omdat de oefeningen je ook moeten helpen met automatiseren.

Als je de vaardigheden bij wiskunde niet goed geautomatiseerd hebt, kan het dat je de toets niet af krijgt omdat je te langzaam werkt. Je maakt ook veel meer slordigheidsfouten. Ons advies: doe je wiskundehuiswerk dus wel!