Herhalen is de enige manier om iets voor langere tijd te onthouden. Je hersens werken nu eenmaal zo: alles wat je niet herhaalt, wordt uit je geheugen gewist. Daarnaast moet je zorgen dat de stof van je werkgeheugen in je langetermijngeheugen komt. Dat gebeurt via herhalen. Als je iets leert, leg je nieuwe hersenverbindingen aan. Bij herhalen maak je die verbindingen steeds sterker. Als je vervolgens die hersenverbindingen niet gebruikt, worden ze weer afgebroken.

Misschien snap je het nog beter met deze vergelijking: een mens is net een computer. Je hebt een werkgeheugen en een langetermijngeheugen. Alles wat op de computer alleen maar in het werkgeheugen zit, wordt gewist zodra je de computer uitzet. Alleen als je het bewust opslaat, blijft het bewaard. Wat ‘opslaan’ is op een computer, is herhalen bij de mens. Alleen gaat dat opslaan bij de mens in stapjes. Dat zijn de herhaalrondes.

Trouwens: herhalen is iets wat iedereen van nature wil en doet. Denk maar eens aan toen je leerde lopen of fietsen. Dat leerde je door heel vaak te oefenen (= herhalen). Misschien vind jij herhalen nu niet meer leuk. Dat is logisch, want op school moet je ook heel vaak dingen herhalen die je al kunt. In de natuur stop je met oefenen zodra je iets kunt. Dat is het verschil. Wil je meer weten over herhalen in de natuur? Kijk naar de video over #Rinusdekat.