Schooluitval voorkomen: hoe?

Dit is deel 3 van een serie over ontstaan, reparatie en voorkómen van afhaken, onderpresteren en schooluitval. Wij maken de balans op van intussen 7 jaar Wijkunnenmeer. Zij beschrijft wat zij en haar collega’s in hun dagelijks werk zien gebeuren wanneer kinderen op school afhaken en gaan onderpresteren.

Deel 1 van deze serie beschreef hoe het vanaf de kleuterklas mis kan lopen op school. Een leerling die school maar saai vindt, ervaart de lessen als één groot moeten. Hij/zij voelt zich niet gezien en raakt gedemotiveerd. Als deze leerling zich dan ‘opvallend’ gaat gedragen, belandt hij/zij vaak in de Jeugdzorg. Een oorspronkelijk schoolprobleem wordt dan via de Jeugdzorg opgelost. Artikel 2 ging over de vraag waardoor dit schoolprobleem nu precies ontstaat en bij wie. Artikel 3 schetst de oplossing(srichting).

onderpresteren

Artikel 2 eindigde met de stelling: “als scholen hun onderwijs zo zouden inrichten dat het ook passend is voor de creatief (hoog)begaafden, zou veel afhaken, onderpresteren en zelfs schooluitval kunnen worden voorkomen. Tevens zou de druk op de – ook qua budgetten overbelaste – Jeugdzorg drastisch verminderen. In het volgende artikel uit deze reeks ga ik dieper in op wat er naar onze mening zou moeten gebeuren.”

Vooral deze laatste zin heeft me veel hoofdbrekens bezorgd! Hoe maak ik het waar, in één artikel te vertellen wat er op scholen zou moeten gebeuren? Wat er moet gebeuren, is, kort gezegd:
omkering van wat ik in artikel 1 en vooral 2 aan de kaak stelde;
maar nog liever een heel nieuw onderwijssysteem!
Om maar met no. 2 te beginnen: ik ben wel voor een geheel nieuw onderwijssysteem. Ik zou willen beginnen bij het meest abstracte doel: waar is school voor? Waarom willen we kinderen eigenlijk opleiden via een schoolsysteem? Willen we brave burgers, die radertjes vormen in de maatschappij of willen we dat ‘iedereen zichzelf kan zijn’? En wat impliceert dat laatste dan? En dan terugredeneren naar de vakken: welke vakken – en waarom? Daarmee zou ik dus het hele proces van de laatste curriculumherziening nog een keer overdoen. Dat heeft nu geen zin. Die trein rijdt al.1

Daarnaast zijn er allerlei gespecialiseerde groepen bezig met onderwijsvernieuwing, die in verschillende fasen van uitvoering zijn. Bijvoorbeeld het Agora-concept2 en democratische scholen draaien al een aantal jaren. Die zou ik dan allemaal willen bespreken. Maar dat is genoeg stof een voor een heel artikel, of eigenlijk: een serie. Misschien iets voor een andere keer?

Trouwens: dit is niet de core business van Wijkunnenmeer, want Wijkunnenmeer gaat over: hoe overleef ik school zoals die nu is? Daarom schets ik in grote lijnen wat er gedaan kan worden binnen de scholen, zoals ze nu zijn. Ik volg daarbij de nummering van de 4 factoren waar het volgens mij misgaat op scholen uit het vorige artikel.3

Factor 1: meer veiligheid in de klas.

  1. Eerste voorwaarde voor een gevoel veiligheid in de klas, is een adequate pedagogiek, waarbij iedereen in zijn/haar waarde wordt gelaten. Wij adviseren een autoritatieve opvoedingsstijl. Dat is een opvoedingsstijl die niet autoritair is, maar ook niet onbeperkt vrijheid geeft. “Deze stijl van opvoeden stelt redelijke grenzen, geeft uitleg, toont begrip en doet al deze dingen met gezag.”4
  2. Het blijft nodig om meer te doen aan pesten. In 2016 verscheen er een promotieonderzoek over dit onderwerp. De onderzoekster adviseert dat ieder signaal serieus genomen wordt, of het nu van kinderen of van ouders of anderen uit de omgeving komt. Daarnaast bepleit zij dat er altijd iemand in de buurt van de kinderen moet zijn, ook in de pauzes. En als er ergens pesten wordt geconstateerd, is zij niet voor de harde aanpak. “Beter is om in samenwerking met alle betrokkenen tot een oplossing te komen.”5 Dit is in lijn met de autoritatieve aanpak die ik hierboven bepleit.
    Ik heb gezocht naar betrouwbare cijfers over pesten in de jaren na 2016. Ik vond onderzoek dat loopt tot en met 2018. De tendens was wel dalende, maar als die daling in dit tempo doorgezet, is het anno 2021 nog niet over.6
    Dat klopt wel met mijn eigen waarneming. Ikzelf zie op FB ook nog regelmatig schrijnende berichten.
  3. Als kinderen/jongeren niet weten wat er van hen wordt verwacht, en als er geen duidelijke structuur is, worden ze gemakkelijk onzeker. Dit betekent dat het om veiligheid te creëren, belangrijk is om te structureren en eisen te stellen.7
    Ik bepleit om zo veel mogelijk de manier van toetsen waarbij uitsluitend gemaakte fouten worden bijgehouden, in te ruilen voor formatieve toetsmethoden. “Formatief betekent dat je de prestaties van een leerling niet vergelijkt met die van andere leerlingen, maar met zijn eerdere resultaten. Formatief toetsen is de tegenhanger van summatief toetsen. Bij summatief beoordelen geef je een cijfer gebaseerd op een norm. Bij formatief beoordelen ben je gericht op de ontwikkeling: wat is goed en hoe kun je het nog beter maken?”8 Deze positieve benadering kan bijdragen aan een gevoel van veiligheid. Fouten maken mag!
  4. Veiligheid is ook: weten waar school nuttig voor is, waarom je deze dingen moet leren. Kinderen en jongeren hebben vragen als: waarom zit ik hier? In mijn eerste artikel beschreef ik dat veel creatieve denkers iets anders verstaan onder leren dan school. Zij denken dat leren is: onderzoeken en zelf uitvinden. Zij schrikken of voelen zich ‘niet op hun plek’ als zij merken dat school vooral een plek is waar kinderen en jongeren op een van tevoren vastgestelde manier kennis verwerven en leren toepassen. Als je dit niet expliciet maakt, voelen zij zich niet-gezien en niet in hun behoeften bediend. Ook dit is onveilig.
onderpresteren

Factor: 2 einddoelen expliciet maken

Hierboven (en in artikel 1) zei ik al, dat veel creatief begaafden niet goed snappen waar school voor is. Daar hoort ook bij dat ze de doelen vaak niet kennen, omdat die niet met hen gedeeld worden. Zeker niet op de basisschool.
In mijn vorige artikel had ik het ook over ‘franje’ in de klas: alles wat bedoeld is om het onderwijs ‘leuk’ te maken: Youtubefilmpjes, verhaaltjes waarbij de leerling wordt uitgenodigd zich in te leven in iemand uit een ander land of een andere tijd, illustraties, creatieve opdrachten.
Echter: wij zien dat bij bepaalde leerlingen juist door deze ‘franje’, het zicht op het leerdoel verloren gaat. Zij blijken te denken datgene waarmee de methode leuker wordt gemaakt – filmpjes enz., – het doel is, in plaats van een didactisch middel.
Vaak is het doel van dergelijke opdrachten, de lessen en het lesmateriaal zo te maken dat het aansluit bij de belevingswereld van het kind/de jongere. Volwassenen proberen in te schatten wat kinderen/jongeren leuk vinden – maar helaas blijkt dat vaak niet te kloppen. En boeken verouderen nu eenmaal. Dat maakt dat juist die onderdelen tot frustratie leiden. Ze worden ervaren als ‘gezeur en ‘gedoe’, waardoor het werk voor dat vak in de ogen van de leerling alleen maar meer wordt. Tenminste: dit zien wij bij onze cliënten.

Factor 3: hulp bij leren leren

Er is naar mijn mening op school te weinig hulp bij leren leren. Leren leren komt tegemoet aan basisbehoefte no. 3 van kinderen, jongeren en volwassenen: competentie. Op school krijg je vaak instructie (uitleg) en dan ga je opgaven maken om de stof of de aangeleerde routine te automatiseren. Vroeger zat daar nog een stap tussen: verwerken en uit je hoofd leren. Deze stap wordt tegenwoordig meestal overgeslagen. Wij horen van leerkrachten dat bijvoorbeeld zo’n 25 jaar geleden het klassikaal tafels stampen is afgeschaft. Wij merken dat daardoor vooral jonge leerkrachten op de basisschool zelf ook niet meer weten, hoe je een tafel in je hoofd stampt. En de oudere hebben het niet meer ‘in hun systeem’.
Wij denken dat daarmee het kind met het badwater is weggegooid. Tegenwoordig ligt de nadruk op begrijpen en niet meer op ‘dom uit je hoofd leren’. Maar wij denken dat na het begrijpen, die stap van ‘uit je hoofd leren’ nog steeds nodig is. En aangezien je dan begrijpt wat je leert, is het niet meer ‘stom stampen’.
Deze inzichten willen wij graag met scholen delen, en vertellen hoe we dat doen: hoe wij kinderen leren automatiseren. Maar dat blijkt nog niet zo makkelijk. Onze cliënten zien dat ze dit op school niet op die manier aangeboden krijgen. Wij zien dat ook. Maar als wij op scholen komen om te vertellen wat wij doen, horen we vaak: wat jullie doen, doen wij ook. Wat dus vaak niet klopt… op dit punt hebben scholen dus een blinde vlek. Hierdoor is het niet gemakkelijk daar binnen te komen…

Factor 4: ouders serieus nemen.

Over ouders serieus nemen heb ik in het vorige artikel het volgende gezegd. Daar heb ik weinig aan toe te voegen: Als het op school niet goed gaat met hun kind, gaan ouders vaak het gesprek aan op school. Wij merken dat zij lang niet altijd serieus genomen worden, laat staan dat er aan hun verzoeken tegemoet gekomen wordt.9
Ik vind dat scholen (een enkele niet te na gesproken) over het algemeen meer serieus dienen te luisteren naar wat ouders signaleren – en daar de constanten uit dienen te pikken. Dat zijn de factoren die hierboven staan (factor 1 – 3). Ouders maken hun kind de hele dag mee. Ik vind dat zij de deskundigen zijn op het gebied van hun kind. Ik pleit dus al jaren voor een driehoek ouders-school-kind/jongere, waarin iedereen gelijkwaardig met elkaar omgaat.

onderpresteren

Tot slot

Ik denk dat met aanpassingen op deze vier punten, al veel van de narigheid op school te voorkomen is, zoals die is beschreven in artikel 2 van deze serie. Duur zijn deze maatregelen niet, lijkt mij. Het enige wat mogelijk geld kost is nascholing voor leraren om leerlingen effectief te leren leren. Met desgewenst een bijbehorende lesmethode.10
Dit alles scheelt dan mogelijk veel demotivatie en afhaakgedrag. Dat zal gelijk de neiging bij volwassenen om deze kinderen aan te melden voor de jeugdzorg verminderen, zoals die is beschreven in artikel 1. Het kan niet anders, of daarmee neemt automatisch de druk op de jeudgzorgbudgetten af. Aangezien minimaal 33% van de scholieren als ‘creatief begaafd’ kan worden aangemerkt, kan het niet anders of dit gaat een slok op een borrel schelen.

Dit artikel is verschenen in Signaal 66, het blad van Pharos, de landelijke vereniging van ouders van hoogbegaafde kinderen. Wat ik beschrijf, zien wij echter bij onze hele doelgroep gebeuren, niet alleen bij hoogbegaafden.

Voetnoten

  1. https://www.curriculum.nu/
  2. https://www.verenigingagoraonderwijs.nl/. Er is ook een Agora-variant voor thuiszitters: Agora Underground: http://janfasen.nl/tag/agora-underground
  3. De meeste van deze aanbevelingen gelden ook als we over zouden gaan naar een ander schoolsysteem. Al denk ik dat het ‘schools leren leren’ in hoge mate overbodig gemaakt kan worden. Dat is nou net het specialisme van Wijkunnenmeer. Eigenlijk hopen wij dat wij ooit overbodig worden… Dat zal een teken zijn dat het veel beter gaat met de kinderen en jongeren in Nederland op school.
  4. https://nl.wikipedia.org/wiki/Autoritatieve_opvoeding. Zie ook: https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/welke-opvoedstijl-werkt-het-beste/
  5. https://www.rtlnieuws.nl/node/415696
  6. https://www.nji.nl/nl/Databank/Cijfers-over-Jeugd-en-Opvoeding/Cijfers-per-onderwerp/Gepest-worden
    https://www.onderwijsincijfers.nl/themas/pesten-op-school#:~:text=In%202018%20geeft%2010%25%20van,in%202018%20gestabiliseerd%20naar%2010%25.
  7. https://www.kopopouders.nl/site/Informatie%20en%20advies/Wat%20kan%20ik%20doen/Duidelijkheid%20en%20structuur/
    https://opvoedeninverbinding.be/wat-heeft-structuur-met-veiligheid-te-maken/
  8. https://wij-leren.nl/formatieve-assessment.php
  9. https://onderwijsaffaire.nl/ervaringsverhalen/
    https://stichtinghoogbegaafd.nl/actie/ervaringsverhalen/
    https://www.bozeouders.nl/enquete/
    https://www.facebook.com/Wijkunnenmeer/posts/deze-spreekt-voor-zichintussen-is-initiatiefneemster-marieke-maesen-druk-bezig-d/3806462539450687/
    Enzovoorts.
  10. Wijkunnenmeer is daarvoor een aanbod aan het ontwikkelen rond de digitale toolkit voor leren leren: Snappen & stampen online. Hiermee draaien al pilots. mail ons voor meer info: https://wijkunnenmeer.nl/snappen-en-stampen-online/