Mijn kind is een onderpresteerder

Mijn kind een onderpresteerder? Onderpresteren, wat is dat nou precies? En wat zijn de signalen? Natuurlijk wil je dat als ouder van een slim kind graag weten. Vooral als het niet lekker gaat op school. Want onderpresteren is funest, in de eerste plaats voor het zelfvertrouwen. Hieronder de voornaamste signalen waaraan je kunt zien dat je kind een onderpresteerder is.

  • Hekel aan school, soms zo erg dat het kind helemaal niet meer naar school wil.
  • Buiten school een brede interesse, vooral in ‘moeilijke onderwerpen’.
  • Gedrag dat niet past bij de leeftijd: afwisselend ‘jong’ of juist heel ‘wijs’.
  • Laag zelfbeeld.
  • Verdrietig, boos, depressief, overdreven braaf en/of de clown uithangen.
  • Laag werktempo, gauw afgeleid.
  • Faalangst, overdreven perfectionisme of juist ‘snel en slordig’.
  • Onleesbaar handschrift (vaak bij jongens), of juist bijna té keurig (meisjes).
  • In het algemeen gesproken gevoelig: emotioneel en lichamelijk (bv allergieën).
  • In het voortgezet onderwijs: al een of meer keer van schooltype gewisseld (‘omlaag’), maar de cijfers laten nog steeds te wensen over

Let op de signalen

Herken je dit? Dan is je kind mogelijk een onderpresteerder. Hoe meer van de het bovenstaande kenmerken op je zoon of dochter van toepassing zijn, hoe waarschijnlijker dat hij of zij onderpresteert. Let op: deze signalen zijn deels tegengesteld. Het opvallende is dat veel onderpresteerders deze kenmerken afwisselend vertonen, ook al zijn ze tegengesteld – en ook wel door elkaar.

Als ik hoor: mijn kind heeft een hekel aan school en slecht handschrift, dan gaan mijn alarmbellen heel hard rinkelen: mogelijk een onderpresteerder! Betreft het een leerling in het voortgezet onderwijs en ik hoor verder nog: al een aantal keren van schooltype veranderd (omlaag), dan weet ik meestal hoe laat het is… daar is weer een onderpresteerder. Op mijn site bied ik een gratis minicursus Grip op onderpresteren aan. In Stap 3 van die cursus ontvang je een uitgebreide test om te kijken of het inderdaad zo is.

Hier alvast een paar belangrijke stellingen uit de test. Hoe meer keer ja, hoe waarschijnlijker dat jouw kind een onderpresteerder is:

  • Je kind heeft een grote verbeelding en is creatief (denk niet alleen aan tekenen en knutselen, ook Lego, eigen wereld verzinnen enz).
  • Je kind klaagt over buikpijn, hoofdpijn oid. als het naar school moet.
  • Als peuter en kleuter heb je je kind altijd ‘wijs’ gevonden – terwijl je daar nu niet meer veel van merkt. Behalve af en toe…, dan schrik je haast van zoveel wijsheid.
  • Je kind is gevoelig voor groepsdruk.
  • Je kind is een gevoelig (sensitief) type en goed in staat zich in te leven in anderen.
  • Je kind kent de tafels niet (niet geautomatiseerd).
  • Je kind denkt niet in woorden maar in beelden en gevoelens.
  • Je kind is opvallend ‘keurig’ in zijn of haar optreden. Gedraagt zich welopgevoed in contact met buitenstaanders. Thuis kan hij/zij je echter het bloed onder de nagels weghalen.
  • Je kind is ’lastig’ op school, school adviseert testen op ADHD/ADD, waarna misschien medicatie.
  • Planningen maken is niet de sterkste kant van je kind. Zich eraan houden nog minder.
  • Je kind verzet zich tegen autoriteit.
  • Je kind weet vaak niet hoe hij of zij de stof moet aanpakken: tafels leren, spelling, topografie, woorden of rijtjes leren, werkstuk of spreekbeurt voorbereiden.
  • Je kind is niet goed in aanleren van routines maar als een routine er eenmaal inzit, krijg je hem er niet zo gemakkelijk weer uit.
  • Je kind ervaart de school als een plek waar hij of zij ‘gevangen zit’ en huiswerk maken is vrijheidsberoving.
  • Je zoon of dochter heeft vaak moeite met gemakkelijke vragen en gemakkelijke taken of opgaven maar niet met moeilijke.
  • Je kind mist regelmatig een instructiemoment, zodat er gaten vallen in zijn of haar kennis.
  • Wisselende motivatie: je kind is over het algemeen enthousiast over nieuwe onderwerpen maar bij ‘bekende’ onderwerpen haast niet aan het werk te krijgen.
  • Je kind onthoudt moeilijke dingen gemakkelijker dan ‘simpele’.
  • Je kind stelt zich regelmatig onrealistische doelen en raakt daarin verstrikt.
  • Je kind heeft een defensieve houding en/of neemt geen verantwoording voor eigen daden.

Scoor je veel keer ja, dan is het écht de moeite waard de gratis minicursus Grip op onderpresteren aan te vragen. Daarin vind je een veel uitgebreidere test, en daarnaast ervaringsverhalen, do’s en do’nts.