Wat doen wij?

rode gymschoenen en schoolspullen - afbeelding op home page Wijkunnenmeer

Wijkunnenmeer helpt bij onderpresteren

Onderpresteren is minder laten zien dan je kunt – en bent. Tenminste: dat is de definitie van Wijkunnenmeer. Onderpresteren is een groot probleem. Van onderpresteren kun je doodongelukkig worden. Op school wordt onderpresteren vaak niet gezien. Dat komt doordat onderpresteerders er vaak op uit zijn niet als slim gezien te worden. Of doordat ze met heel andere dingen bezig zijn: dromen, weerstand etc. Ook dat ze ongelukkig zijn, wordt vaak niet onderkend, omdat kinderen dat op school niet graag laten zien (ongelukkig lijkt zwak en werkt pesten in de hand…. dat weten kinderen).

Wie helpt Wijkunnenmeer?

Wijkunnenmeer helpt onderpresterende creatief begaafden. Onder hen zijn veel hoogbegaafden.

In dit schema kun je zien wat de doelgroep is van Wijkunnenmeer:

soort begaafdheid (= manier van leren)
———————————————————-
IQ
praktisch analytisch creatief
+++ Uitzonderlijk hoogbegaafd:145+ x
++ Hoogbegaafd: 130-145 x
+ Meerbegaafd x

In onze ervaring zijn het vooral de creatief begaafden die onderpresteren. Logisch, want school is meestal op hen niet ingericht. Creatief werken is op school vaak alleen ‘franje’. En franje, daar raken creatief begaafden juist van in de war.

Wij zien dat leerlingen het op school het moeilijkst hebben, die tegelijkertijd creatief begaafd en hoogbegaafd zijn. Zij hebben ten eerste problemen door hun creatieve manier van denken en ten tweede door hun IQ (soms zijn ze slimmer dan de leerkracht/docent…).

Het IQ brengt ook nog eens een set karaktereigenschappen mee waarop school niet erg is ingericht: perfectionisme, gevoeligheid, hang naar autonomie en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Het probleem is groter, naarmate het IQ hoger is. Voor 145+’ers is er nauwelijks tot geen passend onderwijs.

Wat is dan precies creatief begaafd?

Creatief begaafden zijn associatieve, creatieve denkers. Je hoeft dus niet goed zijn in dingen maken met je handen, om creatief begaafd te zijn. Het gaat erom hoe je denkt. Creatief begaafden vind je in alle IQ’s: ze kunnen laag-, gemiddeld en hoogbegaafd zijn. Creatief begaafden zijn over het algemeen ook hooggevoelig. Dat betekent dat ze het liefst leren met al hun zintuigen – maar ook snel zintuiglijk overprikkeld zijn. Volgens Amerikaans onderzoek van Linda Silverman is 33% van de mensen – dus ook van de leerlingen op scholen – creatief begaafd.

Creatief begaafden hebben een soort afstreeplijst in hun hoofd. Is iets leuk, dan doen ze het. Bij ‘niet leuk’, vragen ze: is het nuttig? Niet leuk en niet nuttig, wordt een moeilijk verhaal. Tenzij de leerkracht/docent ‘leuk’ is, dan kan opeens iets niet-leuks of niet-nuttigs toch leuk worden. ‘Relatie’ komt voor hen op de allereerste plaats.

Creatief begaafden zijn uitvinders, altijd gericht op het bedenken van iets nieuws. Dit is het pure tegendeel van routines. School is echter gebaseerd op het aanleren van routines. Daar gaat het mis.

En wat is hoogbegaafdheid?

Hoogbegaafdheid is een aangeboren potentieel. Het kan niet zomaar verdwijnen, behalve als je een hersenbeschadiging oploopt (bijvoorbeeld door comazuipen). Eens intelligent, altijd intelligent. Je kunt je intelligentie in meer of mindere mate gebruiken en je kunt je vaardigheden uitbouwen. Vaardigheden die je niet gebruikt, verleer je.

Volgens de literatuur zijn hoogbegaafden zowel in staat tot analytisch denken, als tot creatief denken. Maar iedereen heeft toch een voorkeur voor het een of het ander. Degenen met een uitgesproken voorkeur voor creatief denken, zien wij op school in de problemen komen.

Het is een ervaringsfeit dat dit meer gebeurt naarmate het IQ hoger is. Wij kennen geen 145+’ers die analytisch denken. Het lijkt erop dat de deskundigen op het gebied van 145+ die ook niet kennen.

Zij noemen precies dezelfde kenmerken van uitzonderlijk hoogbegaafden, als wij van creatief begaafden. (Alleen: niet alle creatief begaafden zijn uitzonderlijk begaafd: zie het schema hierboven).

Wat hebben creatief-begaafd-zijn en hoogbegaafdheid te maken met onderpresteren?

Over onderpresteren bij hoogbegaafden bestaan cijfers, over onderpresteren bij creatief begaafden niet. In Nederland bestaat er niet eens een test om creatieve begaafdheid aan te tonen. De Amerikaanse Linda Silverman spreekt echter wel over een ‘Visual-Spatial Identifier’ in haar boek Upside-down Brilliance (p. 317 e.v.).

In 2007 heeft de onderwijsraad een schokkend rapport gepubliceerd over onderpresteren bij hoogbegaafden. Vanuit de praktijk kijkend, denken wij dat deze cijfers nog niet veel anders zijn geworden. De onderwijsraad stelde in 2007:

  • 30 tot 60% van de hoogbegaafden op de basisschool onderpresteert;
  • 64% van hoogbegaafden krijgt VWO-advies;
  • Minder dan de helft daarvan bereikt de universiteit;
  • Minder dan een derde van de hoogbegaafde leerlingen start op de Uni! En hoeveel vallen er daar nog uit? Wij zien het vaak gebeuren, zoals bij onze collega Lars.

Van alle leerlingen onderpresteert volgens de onderwijsraad 10 tot 18%, afhankelijk van de gekozen vergelijkingsmaatstaf. Er is in hun onderzoek wel gedifferentieerd naar groepen, maar op een andere manier dan op deze site wordt gedaan: de onderwijsraad onderscheidt naar jongen/meisje, afkomst e.d.

Het is dus niet mogelijk om met harde cijfers te komen over wie er precies onderpresteren en hoe groot de groep totaal is. Wij kunnen alleen maar zeggen dat we kinderen/jongeren ‘bij bosjes’ zien vastlopen…. En dat wij dat uitsluitend creatief (hoog)begaafden zien vastlopen. Maar ja, dat is natuurlijk ook precies onze doelgroep…. 🙂

Herken je je kind?

Of als je gelijk actie wilt: neem vandaag nog contact op.

MENU