Onderpresteren – wat is dat?

Onderpresteren is letterlijk: minder presteren dan je op grond van je aanleg en capaciteiten zou kunnen. Dit is de ‘klassieke’ definitie van onderpresteren. Wijkunnenmeer hanteert echter een ruimere definitie: een onderpresteerder laat minder zien dan hij of zij kan én IS. Dit is omdat Wijkunnenmeer ervan uitgaat dat onderpresteren een symptoom is van een psychisch en emotioneel fenomeen: je niet gezien voelen. Dit komt vooral voor bij creatief begaafdenWijkunnenmeer helpt creatief (hoog)begaafden die onderpresteren.

 

Onderpresteerders zetten hun interesses en talenten opzij…

De onderpresteerder tast af wat er ongeveer van hem/haar verwacht wordt, op alle gebied, en is erop gericht precies dàt te leveren. Qua interesses en werkniveau probeert de onderpresteerder zich aan te passen wat hij/zij denkt dat de norm is in de groep. (En dit mislukt vaak: van daar ‘lastig’ gedrag.) De onderpresteerder laat niet meer zien wat hij/zij kan en wat hij/zij leuk vindt: de eigen interesses en talenten raken op de achtergrond.

 

…en hun behoeften en gevoelens

Een onderpresteerder zet de eigen leerbehoeften opzij ten faveure van het groepsgemiddelde. En niet alleen de leerbehoeften: een onderpresteerder verliest langzamerhand het contact met het grootste deel van zijn of haar basisbehoeften: autonomie, relatie, competentie.

Onderpresteren is alleen maar mogelijk als je stelselmatig ontkent wat het met je doet als je basisbehoeften niet worden bevredigd. Als je jezelf bijvoorbeeld niet toestaat om te voelen hoe het is om je de hele dag aan te passen, omdat je je interesses en talenten ontkent. Langzamerhand wordt het een gewoonte om geen aandacht meer te geven aan de eigen gevoelens, behoeften, interesses en talenten.

 

Reden van onderpresteren

Wijkunnenmeer ziet ten diepste maar 1 reden voor onderpresteren (in bovenstaande definitie): het gevoel niet goed genoeg te zijn zoals je bent. Onderpresteerders menen, terecht of ten onrechte, dat het niet veilig is om zich te laten zien als wie ze echt zijn. Niet aan de klas of niet aan de onderwijsgevende(n), of aan allebei. Een onderpresteerder

wil niet opvallen, niet ‘anders zijn’. Want dat maakt ze onzeker, verlegen, soms zelfs ronduit bang.

 

Onderpresteren als beschermingsmechanisme tegen pijn

Een onderpresteerder voelt zich altijd onder druk, omdat het niet veilig voelt om zich helemaal te laten zien. Hij of zij voelt zich ‘anders’ (in de zin van ‘vreemd’), en doet moeite om zo veel mogelijk ‘gewoon’ te zijn. Onderpresteren is dus een beschermingsmechanisme, een poging om niet op te vallen. Als je niet opvalt, kun je ook niet voor ‘gek’ worden versleten.

Als beschermingsmechanisme gaat het onderpresteren onbewust in werking. Tragisch is dat dit beschermingsmechanisme zich helaas tegen je keert. Want in plaats dat het helpt, maakt het je al snel doodongelukkig. Doordat het een gewoonte is geworden kom je er niet zo gemakkelijk vanaf. Zie het maar als een soort verslaving, net zo slecht en hardnekkig als roken.

 

Onderpresteren als masker

Onderpresteerders spelen de hele dag een rol. En dat doen ze heel goed. Daarom is het zo lastig te zien of je met een onderpresteerder te maken hebtHoe vaak komt het niet voor dat de buitenwereld denkt ‘dat het kind echt zo is’; dat scholen denken ‘dat er in die hoogbegaafde echt zoveel zit als de ouders denken’? Zelfs twijfelen aan een hoog testresutaat, omdat ze ‘de intelligentie echt niet zien’?

 

Onderpresteren doet pijn…

Onderpresteren in de definitie van Wijkunnenmeer, uit zich tegelijk op meerdere gebieden: een onderpresteerder gooit als het ware zijn interesses en talenten, gevoelens en behoeften overboord. Daarmee is onderpresteren een uiterst pijnlijk proces. Een onderpresteerder zet zichzelf op allerlei gebied als het ware op de handrem. Je zou kunnen zeggen dat het een vorm van zelfcensuur is.

 

… en leidt tot meer pijn

Onderpresteren is dus een gevolg van  psychische en emotionele pijn (je niet gezien voelen), en het leidt tot een pijnlijke vorm van zelfcensuur. Maar daarmee houdt het niet op. Onderpresteren heeft nare gevolgen op de lange termijn. Het leidt tot aangeleerde hulpeloosheid en afhankelijkheid, die iemand tot ver in de volwassenheid kunnen hinderen. Je raakt op den duur totaal het contact met jezelf kwijt. Behoeften, gevoelens, interesses en talenten worden opzij gezet ten gunste van wat er volgens de onderpresteerder van hem of haar wordt verwacht. De frustratie hierover kan zich uiten als (extreme) boosheid, verdriet, of depressie en teruggetrokken gedrag – maar ook door lichamelijke klachten zoals buikpijn, misselijkheid.

 

Wanneer begint onderpresteren?

Meestal begint onderpresteren zodra een kind in groepen komt, soms al op de kinderopvang of peuterspeelzaal. Er is onderzocht dat onderpresteren bij hoogbegaafden vaak begint in de eerste zes(!) weken van de kleuterklas. 

 

Kun je stoppen met onderpresteren?

Gelukkig kun je wel leren te stoppen met onderpresteren. het is niet gemakkelijk, het kost tijd en aandacht. Het is bijvoorbeeld bij mijn kinderen in hoge mate gelukt. Doordat ik – mede naar aanleiding van mijn eigen ervaring als onderpresteerder – vrij snel doorhad wat er met ze aan de hand was, heb ik ze adequaat kunnen helpen. Van onderpresteren naar een gelukkig leven! Nu zijn het jongvolwassenen die goed in hun vel zitten, weten wat ze waard zijn en wat ze willen.

 

Relatief en absoluut onderpresteren

Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen relatief en absoluut onderpresteren. Relatief onderpresteren is presteren onder je eigen niveau. Van absoluut onderpresteren is sprake als een leerling onder het gemiddelde niveau van de klas zakt.

Absoluut onderpresteren dat volgt op relatief onderpresteren, is voor Wijkunnenmeer geen aparte categorie. Het gaat ons om ALLE kinderen (en volwassenen), die minder presteren dan op basis van hun potentieel te verwachten zou zijn. Want de psychische schade ontstaat vanaf het moment dat iemand ook maar begint met onderpresteren. En het is belangrijk er zo snel mogelijk bij te zijn, om blijvende schade te voorkómen.

Trouwens: de redenen waarom iemand onderpresteert, zijn bij relatief en absoluut onderpresteren dezelfde. De psychische effecten ook. Omdat onderpresteren een gewoonte wordt, is het een vicieuze cirkel die iemand op den duur dood- en doodongelukkig kan maken. En dat wil je als ouders niet zien gebeuren bij je kind. Toch?

 

Onderpresteren en hoogbegaafdheid

Je komt de term onderpresteren steevast tegen in verband met hoogbegaafdheid. Het is het schrikbeeld van elke ouder van een hoogbegaafd kind. Dat is geen wonder, want een groot deel van de hoogbegaafden onderpresteert: alleen al doordat het onderwijssysteem vaak ingericht is op een gemiddelde, vallen zij buiten de boot.

Cijfers van de Onderwijsraad uit 2008, rapport Presteren naar vermogen p. 28-30 (ik kan geen recenter onderzoek vinden – en heb geen reden om te denken dat dit verbeterd is):

  • 30 tot 60% van hoogbegaafden op de basisschool onderpresteert.
  • 64% van de hoogbegaafden krijgt VWO-advies.
  • Minder dan de helft daarvan bereikt universiteit.

Dus minder dan eenderde van hoogbegaafden start op de universiteit! Open vraag vanuitmijn ervaring: hoeveel vallen er daar nog uit

 

Onderpresteren, is dat zo erg?

Op zich is er niets mis mee als een kind binnen zijn of haar eigen grenzen blijft. Overdreven prestatiedrang of perfectionisme zijn niet goed voor een kind. Dat staat buiten kijf. Het gevolg van onderpresteren in de betekenis die Wijkunnenmeer hanteert is echter, dat een kind de weg kwijtraakt: in de eerste plaats in zichzelf. Psychisch kent het zijn eigen grenzen niet eens. Hoe kan het dan daarbinnen blijven?

Daarnaast maakt een kind zich kleiner dan het is, vaak zelfs veel kleiner. En dat is een groot gevaar, veel schadelijker dan vaak wordt gedacht: een aanslag op het zelfvertrouwen, net zo slecht als moeten presteren onder druk van buitenaf.

Doordat je als onderpresteerder de hele dag een rol speelt, ben je altijd psychisch uit balans. Dat maakt onderpresteerders een gemakkelijke prooi voor pesters.

En qua leerstof gaat het ook helemaal mis. Vaak gebeurt het dat de interesse in schoolse zaken steeds verder afneemt – als je je altijd aanpast aan wat een ander leuk vindt, blijft er weinig interessants over. Die desinteresse zorgt dan weer voor afhaken: veel onderpresteerders zijn ‘dromers’: school noemt ze ‘ongefocust’ of ziet ‘een korte spanningsboog’. Zo vallen gaten in de kennis. Daardoor zakt het kind in niveau steeds verder af.

 

Onderpresteren leidt van kwaad tot erger

In het voortgezet onderwijs zijn het juist de onderpresteerders die blijven zitten of een niveau lager worden geplaatst, soms wel een aantal keren achter elkaar. Dat terwijl onderpresteerders over het algemeen een bloedhekel hebben aan school. En als ze uiteindelijk van school komen, is de kans niet denkbeeldig dat de school een onzeker iemand aflevert met een opleiding op een (veel) te laag niveau.

Onderpresteren gaat dus vaak van kwaad tot erger. Tenzij er ingegrepen wordt. En dan nog. Onderpresteren is niet zo maar even op te lossen. Zolang het kind zich niet bewust is van zijn of haar automatisme tot onderpresteren, niet inziet dat die gewoonte schadelijk is, en zolang het nog geen alternatief heeft aangeleerd, gaat het ermee door. En zelfs daarna blijft de gewoonte hardnekkig. Ik spreek uit ervaring: ikzelf ben nog steeds bezig om de resten van mijn automatisme tot onderpresteren af te schudden. En dat terwijl ik de vijftig ruim gepasseerd ben, naar men zegt de leeftijd der Wijzen…J

 

Onderpresteerders zijn vaak slim & gevoelig 

Jonge onderpresteerders zijn, zo is mijn ervaring, zonder uitzondering (hoog)gevoelige types (hsp-ers). Hun voelhoorns vertellen hun dat het niet veilig is om zich te laten zien. Die voelhoorns gebruiken ze vervolgens om snel en feilloos uit te vinden wat er van hen verwacht wordt. Daarnaast hebben ze een groot aanpassingsvermogen.

Onderpresteerders zijn ook meestal slim: meer- of hoogbegaafd. Zij zijn daarnaast creatief en denken niet in woorden (dus non-verbaal) maar in beelden (beelddenken) en/of gebruiken hun gevoel, hun reuk- en tastzin bij het denken (kinesthetisch denken). Hun slimheid en creativiteit laten zij op school niet (meer) zien.

Onderpresteerders zullen niet snel toegeven dat ze gevoelig zijn of slim. Hun slimheid proberen ze immers te verbergen, en daardoor raken zij op den duur zelf het zicht daarop kwijt. Doordat ze altijd psychisch uit balans zijn, krijgen al jong de (onterechte) overtuiging dat ‘gevoelig’ hetzelfde is als ‘zwak’. Ze willen zich niet zwak tonen. Zich groothouden, dat is juist wat ze de hele dag aan het doen zijn, op alle terreinen.

 

Onderpresteren, ‘stempels’ en ‘creatief begaafd’ 

Binnen Wijkunnenmeer krijgen wij kinderen/jongeren binnen met allerlei stempels: ADD, ADHD,  ASS, hoogbegaafheid enz. Dwars door al die stempels heen, zie wij altijd hetzelfde soort kind: de creatief begaafde

Het lijkt erop dat alle onderpresteerders die binnen onze definitie van onderpresteren vallen, zijn creatief begaafden zijn. Met creatief begaafd wordt bedoeld: associatieve, creatieve denkers. Je hoeft niet per se handig te zijn met je handen om toch creatief begaafd te zijn. Creatief begaafden denken en leren heel anders dan school verwacht. Alleen al daardoor voelen zij zich niet gezien. Dus alleen al de creatieve gerichtheid werkt onderpresteren in de hand. Over creatief begaafden op school, kun je meer lezen in dit blog. Het linkt weer verder naar andere blogs op deze site

 

Onderpresteren en studievaardigheden

Als een kind eenmaal is begonnen met onderpresteren, ontstaat een vicieuze cirkel omdat er gaten vallen in de kennis en vaardigheden van het kind. Schoolse zaken interesseren hem of haar niet veel meer, waardoor hij of zij niet meer geneigd is, zich ervoor in te spannen. Hierdoor leert het kind geen studievaardigheden aan.

Daarnaast zie je vaak dat onderpresteerders niet of nauwelijks automatiseren. Bijvoorbeeld de tafels zitten er niet goed in. Op het voortgezet onderwijs wordt ‘simpel stampwerk’ als woordjes leren, al gauw een groot probleem.

Alle onderpresteerders die ik ken, hebben verder moeite met plannen, organiseren, structureren –  en in het algemeen met het uitvoeren van taken. Niet wát ze moeten doen is een probleem; als ze zich in zouden zetten, zijn ze slim genoeg voor de lastigste leertaken. Maar het hoe, de aanpak: dat is een ander verhaal. En daar hebben ze hulp bij nodig.

 

Onderpresteren en afzakken in schoolniveau

Doordat onderpresteerders vaak slim zijn, hebben zij meestal zonder erg hun best te doen, een tijdlang prima resultaten gehaald. In ieder geval goed genoeg om in het basisonderwijs niet uit de boot te vallen (dit is generaliserend, er zijn immers ook onderpresteerders die zelfs al op de basisschool onder het klassengemiddelde terecht komen). Écht goede resultaten hebben hun echter nooit geïnteresseerd.

Dit gaat vaak goed tot in de eerste klassen het voortgezet onderwijs. Daar weten zij vervolgens niet hoe ze hun schoolwerk moeten aanpakken. Mede daardoor wordt onderpresteren uiterlijk in het voortgezet onderwijs een self fulfilling prophecy: het kind start op de basisschool met doen alsof het ‘niets’ kan. Als later die gaten in de kennis en vaardigheden zijn gevallen, presteert het ook steeds minder. En als het kind minder presteert, is de school vaak geneigd het kind een niveau omlaag te zetten. Dat geldt zeker in het voortgezet onderwijs als je het gemiddelde niveau van de klas niet haalt. Zo krijgt het kind bevestiging van zijn of haar overtuiging in de realiteit. Veel onderpresteerders denken dat zij ‘dom’ zijn. Wat meestal niet het geval is, integendeel!

 

Signalen van onderpresteren

De volgende signalen kun je zien als alarmbellen voor mogelijk onderpresteren, vooral als ze in samenhang voorkomen:

  • Verschil tussen gedrag thuis en op school
  • Hekel aan school
  • Laag zelfbeeld
  • Verdrietig, boos en/of de clown uithangen
  • Laag werktempo, gauw afgeleid
  • Faalangst, overdreven perfectionisme of juist ‘snel en slordig’
  • Gedrag dat niet past bij de leeftijd: afwisselend ‘jong’ of juist heel ‘wijs’
  • In het algemeen gesproken gevoelig: emotioneel en lichamelijk (buikpijn, allergieën).

In de gratis minicursus ‘Grip op onderpresteren in zeven stappen’ is een uitgebreidere test opgenomen om te bepalen of je kind onderpresteert. Je kunt je voor deze cursus opgeven door je naam en e-mailadres achter te laten bovenaan één van de pagina’s van deze site.

 

Ouders zijn belangrijk bij het signaleren van onderpresteren!

Als ouder kun je de signalen van onderpresteren vaak gemakkelijker herkennen dan een leerkracht, omdat het kind zich thuis meer blootgeeft dan op school. Een belangrijk signaal voor ouders is de constatering dat er een verschil is tussen het gedrag van het kind thuis en op school.

Zeker in het begin is er vaak een groot verschil. Dat door de ouders veel beter te zien dan door de leerkracht. Die ziet het kind immers alleen maar in de groep, waar het kind zijn best doet niet op te vallen. Dit zet de leerkracht per definitie op achterstand als het gaat om herkennen van onderpresteren.

Ouders kunnen constateren dat het lijkt of er van hun kind twee versies zijn: de thuis- en de schoolversie. Ikzelf ben me een hoedje geschrokken toen mijn dochter mij bij op een dag binnen een half uur beide versies van zichzelf liet zien toen ik met haar voor het eerst naar de schoolarts ging. De juf maakte me nog meer aan het schrikken toen ze me toevertrouwde dat zij mijn kind nog wel heel ‘jong’ vond, en lastig in de klas. Ik kende haar zo helemaal niet. Thuis was zij juist bijzonder wijs voor haar leeftijd, al was zij wel af en toe verlegen als er andere mensen in de buurt waren.

 

Wat kun je doen aan onderpresteren?

Al is het geen quick fix, met veel aandacht, de juiste pedagogische en inhoudelijke aanpak, en eventueel gespecialiseerde hulp, kun je echt een heleboel bereiken. Ik spreek uit eigen ervaring.

Emotioneel gezien hebben alle (bijna-) onderpresteerders het nodig dat in de eerste plaats hun zelfbeeld verandert, in positieve zin. Zij dienen zichzelf te leren accepteren zoals ze zijn. En zich als zodanig ook te laten zien, zowel in prestaties als in de omgang met anderen.

De meeste, of misschien wel alle, onderpresteerders denken dat ze ‘niets kunnen’ en dat ze ‘niets waard zijn’. Zij hebben het broodnodig om meer zicht te krijgen op hun mogelijkheden en talenten.

 

Uitdaging: lukt het niet, maak het moeilijker!

Ik bepleit in de eerste plaats een aanpak die de onderpresteerder meer zicht geeft op zijn of haar mogelijkheden en talenten. Dat betekent dat een onderpresteerder uitdaging nodig heeft. Bij onderpresteren is mijn devies: lukt het niet, maak het moeilijker in plaats van gemakkelijker. Dat is soms wel lastig, omdat scholen vaak geneigd zijn het juist gemakkelijker te maken als een kind niet op niveau presteert.

 

Leren automatiseren: stampen en plannen

Naast intellectuele uitdaging hebben onderpresteerders het vaak nodig om te leren leren. Door hun desinteresse en doordat de stof hen vaak lange tijd ‘komt aanwaaien’, leren ze over het algemeen niet studeren. Om maar te zwijgen van automatiseren. Vaak zitten bijvoorbeeld de tafels er niet in.

En leerlingen uit het voortgezet onderwijs hebben bij de talen moeite met rijtjes automatiseren en woorden leren. Daarnaast is er vaak hulp nodig bij het organiseren en plannen van het werk. Wijkunnenmeer biedt hiervoor verschillende mogelijkheden: zie deze pagina in de webshop.

 

Pedagogiek is belangrijk

Minstens net zo belangrijk als begeleiding bij leren leren is een goede pedagogische aanpak, thuis, op school en overal. Onderpresteerders reageren slecht op autoritair optreden. Het is belangrijk hen serieus te nemen, hen in ieder geval het gevoel te geven dat je ze in hun waarde laat en zoveel mogelijk  als ‘gelijke’ behandelt.

Mijn advies is om als het ware door hun ogen naar de wereld te kijken, en ook expliciet aan te geven dat je dat doet. Dus in plaats van een kort door de bocht ge- of verbod, helpt het veel als je uitlegt waarom je iets van hem of haar wilt. Daarnaast is het goed om een aanwijzing een beetje in te kleden. Bijvoorbeeld: dat wist jij nog niet, maar we hebben hier de regel dat wij…. (vul zelf maar in: altijd onze schoenen uitdoen op de voordeurmat, aan tafel blijven zitten totdat iedereen klaar is – of wat dan ook).

 

Wijkunnenmeer biedt ondersteuning voor ouders, opvoeders en scholen

Desgewenst biedt Wijkunnenmeer ouders, opvoeders en scholen begeleiding bij de omgang met onderpresteerders. Deze dingen komen ook aan de orde in de workshop Grip op onderpresteren en andere trainingen voor scholen en oudervereningingen (mail even voor de offerte met het volledige aanbod).

 

Desnoods verwijzen wij naar therapie

Natuurlijk kan het raadzaam zijn om ook op sociaal-emotioneel terrein extra ondersteuning te geven. Altijd verweef ik ‘positief denken’ in mijn lessen. Zodat er niet direct teveel nadruk op komt dat we aan het zelfbeeld werken. Maar soms is er net een beetje meer nodig. Je kunt daarvoor een therapeut inhuren: regulier of niet-regulier.

Wijkunnenmeer verwijst graag door naar reflexintegratie (MNRI) en/of energetische therapie. Wij hebben heb een uitgebreid netwerk waaruit wij kunnen putten.

 

Verder lezen?

Zie ook het blog op deze site: Onderpresteren op school – je niet gezien voelen

MENU